zaterdag, mei 03, 2008

'Je bent wel een beetje raar' zegt hij terwijl hij naar me kijkt.
Ik glunder, geniet. Liever raar dan saai, denk ik bij mezelf.

Ken je van die momenten, moments like that.
Je verdrinkt in iemands ogen, staart hem aan terwijl hij slaapt.

Je wilt het niet toelaten, het slopende gevoel. 
Maar je wilt het wel voelen, de kriebels in je buik.

Je trekt, hij wordt heet, je geniet.
Zodra hij krimpt voel je het binnendringen.

Ik was eigenlijk gestopt, maar ja de zon,
de lente, de verlangens. De verslaving.

Hij staart je aan en je hoort hem roepen,
Ik probeer hem te negeren.. maar tevergeefs.

Buiten met mijn laptopje: denken, schrijven.
Ik zie niks, de zon blokt mijn beeld.

In mijn ooghoek voel ik hem staren,
Pak me dan.. Neem me in je mond.

Opzoek naar een oplossing grijp ik een doos,
Een pizzadoos zorgt voor bescherming in de zon. 

Ik wacht op bescherming tegen mijn verlangen,
mijn verlangen naar jou.

Ik hoor stemmen in mijn hoofd, 
Maak me gek, en ik bevredig jou van top tot teen. 

Langzaam dringt het tot me door, 
Het zijn alleen gedachtes.. Gedachtes in mijn hoofd.

Maar wacht! Ik heb een idee,
Kom dan, kom maar. Ik pak je wel..

Jij kunt mij niet beheersen, 
Want ik laat jou verdwijnen, 

Ik rook je gewoon op, jij stomme sigaret. 




Vreemde in je eigen huis

De zomer komt eraan.. papa en mama zijn lekker weg..
ik ben een weekendje alleen.
Alleen thuis in mijn ouders nieuwe huis.
Liever bleef ik in Eindhoven, maar toch kijk ik er naar uit.
Het huis is fijn, het huis is thuis.
De deuren open, als het zonnetje schijnt.
De muziek hard aan, een beetje dansen in de keuken.

Met mijn ogen nog half dicht slenter ik naar beneden.
Ik verlang naar koffie, en naar frisse lucht.
De deuren staan al open, de koffie al gezet.
Mijn humeur zakt omlaag. Er zijn vreemden in mijn huis.
Niet een, niet twee.. Er staan 6 mensen in mijn tuin.

Ze praten hard, discussiƫren, drinken van mijn koffie.
Ik wrijf in mijn ogen en loop naar ze toe.
Hoi Mich! OW.. ze weten wie ik ben, ik slaap nog half,
maar zie het nu ook.
Mensen die er altijd zijn, ze werken aan mijn huis.
Ze maken de tuin, en verven het terras.

Het zijn goede mensen, maar ze zijn altijd hier.
Ik wilde gewoon chillen, genieten van de zon.
Nadenken over het leven, gek doen nu het nog kon.

Toch jammer, al die mensen om me heen,
ik verheugde me op de tuin, het eventjes alleen zijn.

Mensen lachen, mensen kijken, ze doen en laten, voelen zich thuis.
Helaas voel ik me een vreemde in mijn eigen huis.