dinsdag, juli 12, 2011

Fock wat un zeik

Alleen, luisterend naar het gekletter van een fontein en het geroezemoes van de mensen om me heen.
Tegenover me zit een jongeman die tijdens het wachten op zijn pannekoek uit verveling al zeker 6x de kaart heeft doorgelezen.

De kaart die ik ontworpen heb. De kaart die een hoop commotie opleverde nadat hij, te snel weer, naar de drukker moest. Haast haast. En je raadt het al, hij zit dus vol spelfouten. Zou hij het zien, vraag ik me af.

De kerkklok slaat, half 8. Ik zit hier op het terras te genieten van de laatste zonnestralen die hun best doen om zich te tonen tussen de zware wolken door.

Afgelopen dagen was er noodweer voorspeld in Nederland. Na 2 dagen 30 graden of meer staat heel Nederland op zijn kop. Is het niet de sneeuw of de heftige regenval, dan is het wel de zon.
De zon die automobilisten hun zicht ontneemt waardoord ze het verkeer niet meer goed kunnen inschatten.

Boem PAF, daar zit je dan, als jonge militair onderweg naar een training om te leren ons land te verdedigen, om andere mensen te beschermen.

Waar zouden ze het over gehad hebben, vraag ik me af. Toen er opeens een vrachtwagen op hun inreed.

Vanuit mijn auto keek ik naar de ellende die het ongeluk had veroorzaakt. Kilometers lange file. Geïrriteerde mensen die zonder airco met twee ramen open, tussen twee stinkende vrachtwagens, hopeloos zitten te zweten en hopen dat ze nog op tijd komen voor hun volgende afspraak.

14 gewonden 1 dode.

Ik kan eigenlijk ook niks anders dan balen. Is het een keer mooi weer, sta ik in de file.

Slik.
Roel kijkt me aan vanuit achter zijn computer. Een oude vriend vraagt hem of hij het al gehoord heeft van Rik. Voordat Roel om uitleg kan vragen is de vriend weg.

'Rik is dood'.

Hij kan niet direct de oorzaak vinden maar het duurt niet lang voordat Roel de link legt. Rik was militair.

Ik loop al een week te voelen aan mijn borsten. Ik ben onzeker. Mijn linker borst doet pijn en voelt raar. Ik haal van alles in mijn hoofd. Maar omdat mijn omgeving weet dat mijn huisarts de term hypochonder in mijn dossier heeft opgenomen, wordt ik niet echt serieus genomen.

Nog geen minuut nadat Roel zijn Facebook af heeft gesloten verschijnt er een berichtje op mijn Facebook.

'Weer slecht nieuws, klote kanker'.

Ik pak mijn telefoon en bel mijn moeder. Mijn zusje neemt op. 'En????' vraag ik. Mijn zusje klinkt verbaasd. Ik nog enigszins verbijsterd door het feit dat ik het op Facebook moest lezen zeg: 'is mama daar? Het gaat niet goed toch?'.

Mijn zusje snapt er niks van. Maar als ik dan inderdaad mijn moeder aan de lijn krijg klinkt het als een donkere wolk die direct al mijn zonnestralen wegneemt.

'Het slechtste van het slechtste'. Uitzaaiingen dus, ze weten nog niet waar, maar het zijn er veel en ze zijn groot.

'Fock wat un zeik' Zou mijn vader zeggen. Ik zit hier op het terras, in de zon, met een biertje. Ik heb heel de week mijn feest voor aankomende zaterdag voorbereid en ben net kwaad thuis weggegaan omdat ik mijn vent niet meer kon luchten..

Hij deed te veel.

Pff.

Ik zal wel ongesteld moeten worden.

Ow ja en Rik bleek achteraf niet die militair te zijn geweest. Hij hing zichzelf in de slaapkamer op, terwijl zijn vriendin nog lag te slapen.

Geen opmerkingen: